Hugo Vlug en Mirjam Puster, geinterviewd door Helen van Reenen, over geïnspireerde compassie
Geestelijke verzorging en de Taal van het Hart
Over de beoefening van geïnspireerde compassie
Inleiding
Mirjam Puster (1959), tuchtklachtfunctionaris en meditatieleraar en Hugo Vlug (1968), geestelijk verzorger, meditatiebegeleider en coach, leerden elkaar kennen bij de lerarenopleiding van de School voor Zijnsoriëntatie in Utrecht. Eén van de werkvormen waarmee zij daar leerden werken was de beoefening van geïnspireerde compassie. Deze werkvorm werkt zowel transformerend naar jezelf, als naar de kwaliteit van het contact met de ander. In het vak van geestelijke verzorging is juist deze kwaliteit van het contact zo bepalend, omdat een geestelijk verzorger meer dan welke andere professional ook, zichzelf als instrument heeft. De beoefening geeft daarnaast een basale ontspanning in je houding, een lichtheid die blijvend is, ook al zijn de omstandigheden zwaar.
Al tijdens de lerarenopleiding ontstond het idee bij Hugo en Mirjam om samen iets op te zetten voor geestelijk verzorgers en hen laagdrempelig kennis te laten maken met de rijkdom van deze beoefening. Nu, inmiddels enige jaren later, bleek de tijd rijp voor een concreet aanbod. Hugo en Mirjam bleken op fietsafstand van elkaar te wonen in Amersfoort en hadden veel plezier en inspiratie bij het ontwerpen van een zesdaagse leergang met als thema: geïnspireerde compassie. Dit artikel is een uitwerking van wat deze beoefening inhoudt in de vorm van een gesprek, dat op 8 oktober 2024 plaatsvond met interviewer Helen van Reenen.
Wat bedoelen jullie eigenlijk met ‘geïnspireerde compassie’?
Mirjam/Hugo: Laten we beginnen met de betekenis van compassie en dan verhelderen wat we met ‘geïnspireerde compassie’ bedoelen.
Compassie gaat over meevoelen, het is vanuit het Latijn letterlijk: mee-lijden. Compassie komt voort uit een houding van mildheid en welwillendheid jegens allen. Je zou kunnen zeggen: je laat je raken door degene die jij ontmoet en in het bijzonder degene die het moeilijk heeft. Een natuurlijke menselijke neiging daarbij is: het willen oplossen van het leed van die ander. Dan ga je aan het werk, om de situatie van de ander te veranderen, te verbeteren, misschien wil je zelfs het liefst het lijden van de ander wegnemen. Dus naast mee-lijden heeft compassie ook vaak de betekenis: iets van dat lijden willen verzachten, of oplossen.Precies bij dat laatste aspect zien wij een essentieel onderscheid met wat wij als ‘geïnspireerde compassie’ aanduiden. Want in geïnspireerde compassie ben je hartsvol nabij bij de ander, zonder ook maar iets te willen veranderen. Je luistert en communiceert met de taal van het hart: je bent volledig aanwezig, zonder te gaan ‘klussen’. Je zou kunnen zeggen: je komt in de modus van ‘zijn’ en verlaat de modus van ‘doen’. En juist dat blijkt de kwaliteit van het contact fundamenteel te veranderen. Omdat je ten diepste ‘ja’ zegt tegen alles wat bij de ander speelt, precies zoals het is. En de ander zich gezien kan voelen, zonder het idee dat er iets niet goed is aan hem of haar.
Hoe kun je dat realiseren?
Mirjam: Geïnspireerde compassie begint met het liefdevol bij jezelf kunnen zijn. Steeds opnieuw. Die beoefening van zelfcompassie is de basis. Vanuit die basis van wat we ook wel noemen: ‘gezonde zelfliefde’, kunnen we authentiek en nieuwsgierig, maar ook moedig en onverschrokken bij de ander zijn.
Klinkt mooi, maar wat betekent dat: ‘liefdevol bij jezelf zijn’?
Hugo: Dat betekent dat je jezelf leert zien met de ogen van je hart. Je hart verwijst naar je essentie, vaak aangeduid met een wijzen naar je hartstreek. Het is de herkenning en concentratie van je liefde. In meditatie maak je daar bewust contact mee. Je hartskwaliteit wordt in de meditatieve afstemming voelbaar als licht en warmte. Vervolgens breidt je deze hartskwaliteit uit, je laat het liefdeslicht schijnen op alles wat in jou omgaat. Op je liefevolle aspecten, zoals je gulheid, je warmte voor andere mensen, je liefde voor dieren, voor de natuur, en ook voor meer persoonlijke aspecten zoals je verlangens en je idealen. Dat is een mooie en waardevolle praxis.
Maar spannend wordt het vooral als je deze hartskwaliteit ook laat schijnen op je aspecten waar je niet zo tevreden over bent: je kwetsingen, je oordelen, je mislukkingen, op dat waar je je voor schaamt, en nog dieper: je haat, je agressie. Dus op dat wat je liever juist niet in beeld hebt, of die aspecten, waarvan je je niet eens bewust bent dat ze in je leven. ‘Liefdevol bij jezelf zijn’ gaat juist ook over dat je álles in beeld neemt. Zonder iets anders te willen laten zijn dan het is. Zoals de lichtstralen van de zon ook alles aanraken. Niet alleen de mooie groene lentebladeren, de bloemen en de vruchten van de boom, maar ook de verwrongen takken, de beschadegingen, het rot en de schimmels. Net als de zonnestralen kiest ook de liefdesstraling van het hart niet. Het schijnt op alles. Op die manier leer je met zelfcompassie te kijken naar alles wat in je is. Dat is niet altijd makkelijk of vreugdevol. Het kan heel pijnlijk zijn. Daarom noemen we dit een beoefening, een praxis.
Is deze geïnspireerde compassie ook iets wat jullie in jullie eigen leven beoefenen?
Mirjam: Ja. Ik heb een humanistische en anarchistische achtergrond. God of boedhisme of mediatie zeiden mij niets. Ik heb in mijn leven moeilijke dingen ervaren, zoals afscheid nemen en overlijden van familie en geliefden, ziekte en faillissement. Ik heb eerst van alles geprobeerd en nagestreefd om die narigheden op te lossen, maar het het bracht me nergens. Ik maakte een hele donkere periode mee, ik was echt op de bodem van de put. Ik vroeg me af: nu ik nergens meer ben, wat nu?
In die tijd sprak ik iemand die zei: ‘Zoals jij denkt dat het leven is, is het niet. Dus hou nu maar op met daaraan te werken.’ Dat opende mijn ogen voor de niet-maakbaarheid van het leven en voor de accepteatie dat het is zoals het is. Zo ging bij mij het lampje aan. Ik dacht: als het nou eens waar is, dat dát het vertrekpunt is, dat alles eigenlijk leeg is. Open. Oningevuld. Dan heb ik geen strategieën meer nodig. Terugkijkend was dat voor mij precies het punt dat iets veranderde. Het punt van existentiële leegte, waarbij alles uit handen geslagen is, terwijl je zo hard gewerkt hebt om alles in handen te krijgen. Op dat punt leerde ik met geïnspireerde compassie naar mezelf te kijken. Ik zag: als ik niet zo hard gewerkt had, had ik ook niet helemaal hoeven loslaten. Dan was er niets veranderd. Ik kon zien dat dat bij elkaar hoort. En dat dat mijn weg was. Want in mij zit ook een ambitieus iemand, een streber. Het is bij mij alles of niets, en niet een beetje. Ik leerde zo mezelf kennen zoals ik echt ben en leerde daar met zelfcompassie mee om te gaan.
En dat is een voortgaande beoefening. Het op de bodem van de put zitten kan ik nog steeds ervaren. En door die ervaring te laten zijn, vanuit geïnspireerde compassie, voel ik dat het ook een heel betrouwbare ervaring is: ik heb dan niets meer te verliezen. Tegelijk val ik niet meer samen met die ervaring. Omdat mijn hartskwaliteit gaat meeresoneren. Ik zie en voel dan in één beeld zowel de tragiek als het totale geluk. Uitdagend en eng tegelijk. En dat ben ik gaan vertrouwen.
Hugo: Ik ben streng gereformeerd opgevoed, met een beeld van God als heel heilig en van de mens als zondig en onwaardig voor de heiligheid van God. In mijn gezin, in de kerk en op de scholen waar ik naar toe ging werd die enorme kloof tussen God en mens steeds benadrukt. Van jongsaf heb ik geworsteld met dit mens- en Godsbeeld. Ik voelde me in de natuur en in mijn gevoelsleven veel dichter bij God dan volgens de kerkleer mocht. Ik bleef dan overal maar vragen stellen. Bij de godsdienstles bijvoorbeeld, zat ik al met mijn vinger in de lucht voordat de andere kinderen het lokaal in kwamen. Ik wilde mijn vragen beantwoord zien. Omdat ik geen bevredigende antwoorden kreeg op mijn vragen ben ik theologie gaan studeren in Utrecht. Ik heb me steeds afgevraagd: wie of wat is God? En hoe is mijn verhouding met God, hoe ver weg is God of hoe dichtbij? Kan ik me mijn leven ook voorstellen zonder God? En wat is dan het verschil? En als God wel bestaat, maar onzichtbaar is, hoe is God dan werkzaam? Na vele jaren vele boeken te hebben gelezen begon ik twaalf jaar geleden met mediteren. Omdat lezen en denken me niet verder brachten en ik een meer ervaringsmatige weg wilde gaan. De visie en werkvormen van de School voor Zijnorëntatie van Hans Knibbe hielpen me hierin en zo werd mijn spiritualiteit steeds ruimer.
Ik leerde met geïnspireerde compassie kijken naar mijn opvoeding, en naar wat ik in mijn ogen tekort was gekomen. En ook naar mijn sterk ontwikkelde oordelen tussen ‘goed’ en ‘fout’, en mijn arrogantie ten opzichte van de meningen van anderen. Ik kreeg ook de moed om de kerkleer van mijn opvoeding en het dogma van de kloof tussen God en mens los te laten. Voor mij was een heel belangrijk moment dat ik ervoer dat tussen mij en God geen wezenlijke kloof bestaat. Ik voelde heel sterk: ik participeer in God. En dat is bij wijze van spreken mijn geloofsbelijdenis geworden. God is in alles wat er, er is niets buiten God. En ik participeer in God. Als ik adem, is dat de adem van God, het is niet mijn adem! Ik zeg niet, ik bén God, maar ik participéér in God, zoals een golf ook de zee is. Dat is groter dan ik met mijn woorden en cognitie en alles wat mij ter beschikking staat als menselijk organisme, kan bevatten. Daar wordt het stil in mij. En liefdevol. Zo hielp de houding van geïnspireerde compassie mij mijn eigen weg in geloven te vinden, zonder mijn achtergrond en opvoeding de rug toe te keren.
Dat zijn indrukwekkende levensverhalen, die ook heel persoonlijk zijn. Nu willen jullie ook een concreet aanbod doen voor geestelijk verzorgers in de vorm van een zesdaagse leergang. Is die beoefening van geïnspireerde compassie dan ook aan te leren?
Hugo: Het interessante van geïnspireerde compassie, is dat je via het stil worden ontdekt, dat dit al in je aanwezig is. Het is een inherente kwaliteit. In feite hoef je het dus niet aan te leren. Het is niet iets halen van buiten, wat je nog niet kunt, maar het is je enten op wie je in wezen altijd al bent. Tegelijk is er wel iets nadrukkelijk van jezelf nodig om er bewust contact mee te maken. En het tot uitdrukking te laten komen in jouw manier van aanwezig zijn. Als je geïnspireerde compassie overlaat aan de spontaniteit, dan zal het er soms ineens zomaar zijn, onaangekondigd en ongezocht. Maar bijvoorbeeld in het vak van geestelijk verzorger wil je juist ook dat je het bewuster in kan zetten, op momenten dat het er niet zo vanzelf is. En dat is ook leren. Natuurlijk is het een ontwikkelingsweg, die voor ieder weer anders is, en ik denk dat het een beoefening is die je hele leven verder gaat. Maar door er actief en gericht werk van te maken kan je je inspiratie steeds beter integreren in je werk.
Mirjam: Zoals we eerder al zeiden is het begin en de basis de beoefening van zelfcompassie. Daarin is meditatie een cruciale sleutel. We zullen daarom ook iedere dag met mediteren beginnen. Om eerst contact te maken met je inherente hartskwaliteit. Die er altijd is, maar vaak ook bedekt is, of niet zo voelbaar. Het gaat er in het mediteren om de woorden en beelden die in je opkomen, volledig de ruimte te geven om zich te laten ontplooien en niet de betekenis te geven die je er normaal aan geeft. Dat je al die innerlijke rijkdom zijn werking laat hebben en de liefer erin gaat voelen. Als ik me daarop afstem, en dat kan ik nu terplekke doen, dan voel ik dat al mijn cellen warm worden. Ik voel zo’n ondefinieerbare stroom. Het is heel gewoon en meteen licht en open en alles verliest zijn hechting. Dat is wat er bij mij gebeurt als ik afstem op de geïnspireerde compassie in meditatie. Het is niet iets wat ik creëer, ik doe zelf juist niets. Het is een spontaan opkomen van iets wat er altijd is, en in de meditatie door mij gevoeld gaat worden.
Hugo: Vanuit die meditatieve afstemming ga je dan kijken wat er gebeurt in jou. Ook dat is eigenlijk goed en relatief eenvoudig te doen, al heb je daar in het begin wel begeleiding bij nodig. Je kijkt onbedekt naar wat in jou plaatsvindt. Niet om het te bestrijden, maar om het bewust te worden, te zien. En dat verandert iets. Zoals de zonnestralen iets veranderen aan de bomen, de huizen, het landschap waar ze op schijnen. Er komt licht bij en warmte. In de beoefening is dit bewustzijnslicht en liefde of compassie. Dan is wat je in jezelf waarneemt nog steeds jouw werkelijkheid, én je hebt de keuze om er wel of niet iets mee te doen. Het verschil is, dat je niet meer samenvalt en geregeerd wordt door je emoties of gedachten of wat dan ook in je, maar met een heldere en liefdevolle blik kan kijken naar wat er gebeurt. En vervolgens bepalen wat je ermee wilt. Als je zo naar jezelf kijkt, komt in jou alles aan het licht. Ook je pijn, je tragiek, de gevoelens, gedachten en zelfveroordelingen, die je normaalgesproken uit je bewustzijn houdt. Je leert bij jezelf te onderkennen: dit vind ik echt een lastige situatie, of: ik voel hier iets wat ik liever niet wil voelen. Of juist: ik voel hier iets wat zo groots is, dat ik er wat huiverig voor ben.
In de inleiding vertelden jullie dat de beoefening van geïnspireerde compassie transfomerend werkt in de kwaliteit van het contact met de ander. Willen jullie daar wat meer over zeggen? En wat is de relevantie van deze beoefening voor geestelijk verzorgers?
Mirjam: Graag. Want precies die transformatie in de kwaliteit van het contact is de reden dat we een aanbod voor geestelijk verzorgers hebben ontwikkeld. Een geestelijk verzorger is een professional, die al vanuit compassie werkt. Dat vind ik zo mooi. In mijn werk als tuchtklachtfunctionaris word ik veel geconfronteerd met het instrumentalisme en de maakbaarheid in de zorg: ‘U heeft een probleem, we stellen een diagnose en bieden een oplossing of geen oplossing en dan sturen we u weer naar huis.’ Binnen de medische zorg zie ik regelmatig geen ruimte om in te gaan op wat ziek zijn betekent. Zorgverleners zitten achter een schermpje, want het moet ook allemaal administratief worden vastgelegd. En straks misschien nog meer, met de ontwikkeling van AI. Waar blijft de menselijke maat, die zo belangrijk is bij het bespreken van ziekte, doodgaan, verlies en rouw? Die lijkt vaak naar de marge te gaan. Dat snijdt echt door mijn ziel. Begrijp me goed, ik heb diep respect voor wat de medische wetenschap kan en doet. Maar in het zorggesprek missen veel mensen juist de authentieke compassie. Het is geen verwijt aan zorgverleners, meer een pijnlijke constatering. De zorg is gemedicaliseerd en in die zin niet holistisch. Mensen zijn dat wel! Ik zie dat geestelijk verzorgers hier een hele belangrijke aanvullende taak hebben. Ik kan daar echt emotioneel van worden. De geestelijk verzorger heeft geleerd om in contact te vertragen, heel de mens te zien. En ik denk dat daar nog meer te halen valt. Omdat je als geestelijk verzorger je eigen instrument bent en dus ook echt kunt gaan werken met wat er in jouzelf omgaat terwijl je met die ander in contact bent. Dat is iets heel bijzonders en kostbaars. Maar ook iets om je in te oefenen.
Wat er in de kwaliteit van het contact transformeert met deze beoefening, is dat de ander voelt: jij wilt mij niet veranderen. Ik mag zijn zoals ik ben. Met mijn situatie, met mijn tragiek, en ook met mijn eigen hartskwaliteit. Het is paradoxaal: juist door de ander niet te willen veranderen, komt die ander bij zijn of haar eigen, vaak nog onontdekte kracht. Dát is het goud van deze methode. En de reden, dat wij het ‘geïnspireerde compassie’ noemen.
Hugo: Als mensen horen dat ik geestelijk verzorger ben, krijg ik vaak de vraag: ‘Is dat niet een heel zwaar beroep? Hoe hou je dat vol?’ Ik begrijp die vraag wel. Maar toch ervaar ik mijn werk juist als heel inspirerend. Dat heeft te maken met deze beoefening. Ik heb geleerd om de zwaarte van de ander niet op mijn schouders te nemen. En toch helemaal aandachtig en compassievol in contact te zijn. Dat heeft voor mij heel bevrijdend gewerkt. En er ook voor gezorgd dat ik me na een gesprek eerder geïnspireerd dan vermoeid voel. Dat is iets wat ik mijn collega geestelijk verzorgers ook gun. En als we met deze leergang daar iets aan kunnen bijdragen, word ik daar blij van.
Daarnaast breidt deze beoefening ook mijn instrumentarium als geestelijk verzorger uit. Omdat je naast je meer mentale kennis en expertise ook je lichaam als instrument leert in te zetten. Dat wat je voelt, lijfelijk en ook inuïtief, biedt waardevolle informatie over het contact met degene bij wie je bent. Dit gebruik ik in toenemende mate in mijn gesprekken. En ik ervaar dat dat de gesprekken veel rijker en waardevoller maakt. En ook lichter, speelser. Het is dan wel belangrijk deze lichaamssignalen goed te lezen. En te leren of ze van jou zijn, van de ander, of voortkomen uit wat er in het contact tussen jullie beide gebeurt. En te leren hoe daarmee om te gaan, in je communicatie.
Even praktisch, hoe ziet jullie programma eruit?
Hugo: We bieden vanaf mei 2025 zes dinsdagen aan met een week ertussen. De laatste bijeenkomst heeft een een extra week tussentijd. Het onderwerp is dan integratie (leerstof en dagelijks werk), waarbij je extra kunt oefenen. We zullen de deelnemers uitnodigen om voorbeelden uit de voorbije week in te brengen. Zodat er een optimale wisselwerking is tussen de leergangdagen en de dagelijkse praktijk.
Mirjam: In de eerste twee dagen ligt het zwaartepunt bij mediteren, zowel voor deelnemers die daar nog weinig ervaring mee hebben, als meer gevorderden om het leren afstemmen op de rijkdom van je hartskwaliteit. Daarna twee dagen communiceren, waar het gaat over de interactie tussen jou en de ander en het niet gaan ‘klussen’ aan die ander. En tenslotte twee dagen integreren, met als focus hoe deze beoefening in je dagelijkse werk toe te passen en te bestendigen.
Hugo: We zien de leergang als een open verkenning, waarbij we steeds zullen vertragen. Dat is in feite de methode: vertragen en voelen en kijken wat zich aandient.
Er komt toch nog een vraag op: geestelijk verzorgers hebben diverse achtergronden. Kan geïnspireerde compassie ook samengaan met andere godsdiensten of levensbeschouwingen of kan het haaks staan op bepaalde godsdienstige overtuigingen?
Mirjam: Zowel de visie van Zijnsoriëntatie als de beoefening van geïnspireerde compassie komen evenals mindfulness voort uit de boeddhistische inspiratie. Omdat boeddhisme in feite een levenskunst is en geen religie, zou ik denk ik zeggen: deze beoefening is een levensbeschouwelijk neutrale methode om om te gaan met dat wat zich aandient in je geest. Dat is niet tegenstijdig aan de inhouden van je geloof, maar kan daar een verdiepende werking op hebben. Al jaren lees ik samen met mensen die gelovig zijn inspirerende teksten uit mystieke tradities. Dat is verrijkend en levendig. Ik zou het eerlijk gezegd heel leuk vinden als er deelnemers van hele verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen gaan meedoen. Hoe rijker de inbreng, hoe beter.
Hugo: Ik denk wel dat je affiniteit moet hebben met meditatie en een ervaringsgerichte benadering. Inhoudelijk sluit deze beoefening aan bij de esoterische kant van zowel jodendom als christendom en islam, en ook bij het humanisme dat open staat voor transcendentie. Het is mijn eigen ervaring en ik hoor dat ook van veel anderen, dat meditatie en beoefening van geïnspireerde compassie juist je levensbeschouwelijke achtergond verdiept en vitaliseert.
Jullie willen dit samen gaan doen, hoe vullen jullie elkaar aan?
Hugo: Ik vind Mirjam heel eerlijk. Dat ben ik zelf ook wel, maar ik merk dat de manier waarop Mirjam eerlijk is, mij nog verder ontmantelt, ontwapent. Er is herkenning, en we vullen elkaar aan, maar iets verzacht nog verder. Spelend en prikkelend. En ik denk dat je ook een beetje op mijn oudste zus lijkt, van wie ik veel hou.
Mirjam: Jouw professionele deskundigheid in wat je nu doet, en je inbreng in de lerarenopleiding van Zijnsoriëntatie spreken mij aan. Ik dacht: dat is iemand die al zijn hele leven geconfronteerd is geweest met en nagedacht en onderzocht heeft wat ik pas veertien jaar doe. En ik vind het aantrekkelijk, dat je na alles wat je al ontdekt hebt, nog openstaat voor verder ontwikkeling. Ik hoef jou niet zo heel veel uit te leggen, en dan zeg jij het met net andere woorden en vullen we elkaar aan, als een lemniscaat. Ik denk ook dat we bij elkaar steeds iets nieuws wakker maken, dat weer een ander licht laat vallen, en tegelijk de diepere kern raakt. En het leuke is dat dat vanzelf gaat.
Wat is voor jullie aangeraakt in dit gesprek, wat typisch hoort bij geïnspireerde compassie?
Hugo: Voor mij is dat de speelsheid, en dat alles mogelijk is. Alles kan en mag verschijnen. Heerlijk vind ik dat. Een soort lichtheid.
Mirjam: Voor mij is het het vertrouwen, wat ik sowieso in toenemende ervaar in deze fase van mijn leven. Dat het gegeven is, de moeiteloosheid wanneer je iets doet waarbij je je hart volgt. Dat het geen ploeteren is, maar gronding geeft en creativiteit en speelsheid en losheid. Dat is voor mij inspirerend, en geeft het gevoel dat ik echt op het goede pad zit.
Hugo: Mooi. Het ontroert me ook.
Is je interesse gewekt? Je kunt je voor deze zesdaagse nog aanmelden tot 25 april 2025. De groep heeft minimaal 8 en maximaal 15 deelnemers. Zie het contactformulier op deze site, of mail naar:
volinzicht@gmail.com